Agenda

Augustus 2018
Z M D W D V Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31 1

Apotheek van wacht

geowacht

Nieuwsbrief

Indien je op de hoogte wil blijven, schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Historiek

Nota's

De oprichting van de Algemene Farmaceutische Bond in 1950, als een federatie van beroepsverenigingen van apothekers, hield in dat overal in België plaatselijke beroepsverenigingen het licht zagen. In de grote centra en in sommige provinciesteden waren reeds in de loop van de 19de eeuw beroepsverenigingen opgericht.

Hun taak behelsde de wachtbeurtregeling, het vaststellen van de openings- en sluitingsuren, de vakantieregeling, als die er was, het opstellen van prijslijsten. Zij hadden ook contacten met lokale verzekeringsorganismen, waarvan er sommigen met bepaalde apotheken samenwerkten.

In de kleinere centra en op het platteland, waar tijdens het interbellum (1920-1940) de eerste apotheken opengingen, was er van organisatie weinig te merken. Deze toename van het aantal apotheken deed al snel de vraag naar meer regelgeving, taakverdeling en sanctionering voelen. Aan regelgeving, naast een wettelijk kader, en sanctionering, werd mede onder impuls van het beroep tegemoet gekomen juist voor Wereldoorlog II door de oprichting van een Orde van Apothekers, na de oprichting van de Orde der Geneesheren.

Na een kort intermezzo met ombuiging in ‘Nieuwe Orde’-sfeer tijdens de oorlog, werd op het einde van de veertiger jaren de draad terug opgenomen en kon de Orde starten in 1950. De Beroepsverenigingen waren, en zijn nog, de initiatiefnemers (via de APB, samen met de overheid) van wetgevend werk om het beroep aan te passen aan de wijzigende omstandigheden en de uitoefening ervan.

De wederopbouw na de 2de wereldoorlog, het ontstaan van de nieuwe wetgeving op de sociale zekerheid in 1945, het ontdekken van nieuwe geneesmiddelen en technieken gaf mogelijkheden om de verzorging van de gezondheid drastisch te verbeteren. Dit toekomstgericht denken hield in dat er overal beroepsverenigingen kwamen, gegroeid vanuit de basis.

Het opdoeken van de cumul, het afleveren van geneesmiddelen door artsen (voornamelijk op het platteland), langs gerechtelijke weg in het kader van het nieuwe KB van rond 1958, werd één van de eerste grote opdrachten van de soms pas-opgerichte beroepsverenigingen. Een andere taak, na de invoering van de spreidingswet, was het adviseren van de overheid bij het openen of verplaatsen van een apotheek.

Een typisch voorbeeld: rond 1950 waren er nog drie apotheken op de markt in Turnhout, plus deze in de directe omgeving; terwijl er nog geen waren in de plattelandsdorpen. Rond 1960, dus nog voor de spreidingswet, trof men reeds overal apotheken aan. Dit is later geweest dan in Oost- of West-Vlaanderen. In dezelfde periode werden overal op het platteland wachtbeurten opgericht, kernen, die nu nog bestaan. Toen deed men wel tot 12 weken en meer, dag en nacht, wacht per jaar...

Vanaf 1985 werden andere zaken belangrijker o.a. door de snelle evolutie van de wetenschap en de betere voorlichting van de patiënt. In die periode start de bijscholing; eerst met toevallige activiteiten (soms van firma’s), daarna in samenwerking met de bijscholingsinstituten: Centrum voor Permanente Vorming Apothekers (CPVA, 1990) en Instituut voor Permanente Studie voor Apothekers (IPSA, 2001). Ook nam de apotheker zijn rol als specialist van het geneesmiddel op naar het grote publiek in allerlei adviesraden. Er werden zelfs tentoonstellingen georganiseerd van hulpmateriaal voor de apothekers.

Het informatica-tijdperk heeft ook volop zijn intrede gedaan in de Beroepsvereniging (2008). Er wordt nu met de collega’s gecommuniceerd via e-mail. De informatie betreffende wachtdiensten wordt elektronisch georganiseerd en bekend gemaakt naar de collega’s en het publiek. Op de website van de vereniging vinden de collega’s allerlei praktische en actuele informatie (2009).